Skip to main content

In de Zentraditie wordt de ‘Koan’ vaak gebruikt om de leerling inzicht te verschaffen in de eigen geest. Een Koan is meestal een vraag (vaak een onmogelijke vraag) die niet vanuit de mentale geest is te beantwoorden. Zo stuurde een zenmeester een leerling weg met de vraag: ‘Hoe klinkt het geluid van één klappende hand?’ De leerling raakte, volgens de verhalen, in opperste verwarring en deed er maanden of zelfs jaren over om de diepere betekenis van een dergelijke vraag te doorgronden.
Ik kan me herinneren dat in een zentraining mij een keer de vraag werd gesteld: ‘Wat was jouw oorspronkelijk gelaat, voordat jouw ouders geboren waren?’  Deze vraag leek mij ogenschijnlijk erg belachelijk, maar raakte me toch diep in het hart.  Het bracht me bij het besef dat iets in mij er waarschijnlijk altijd al is geweest, ook voordat mijn ouders waren geboren. Vraag me niet om het uit te leggen. Het voelde als een diep besef waarin ook mijn hele lijf reageerde dat hier iets groots en essentieels geraakt werd.….

Een onmogelijke vraagIn coaching bestaan ook vaak onmogelijke vragen die niet via een rationele of analytische benadering opgelost kunnen worden. Een coachvraag geeft vaak een achterliggende behoefte of een verlangen weer die raken aan ‘gezien worden’, ‘er mogen zijn’ of ‘vertrouwen hebben in jezelf’. Het gaat ten diepste vaak over de meest onmogelijke vraag: ‘Wie ben ik?’. Ook in deze vraag wordt het verlangen uitgesproken om zichzelf te vinden en de essentie van wie we zijn bloot te leggen.
Als coach weten we het soms ook niet meer en worden we uitgedaagd om buiten onze denkkaders en buiten onze comfort zone te gaan staan en misschien ook in opperste verwarring de diepere lagen van een coachvraag te doorgronden.

Een Koan die me in dit verband is bijgebleven is de onmogelijke vraag: ‘Als er voor jou nergens een plek meer is om te gaan staan. Waar ga jij dan staan?’ Ook weer zo een vraag, waar je de irritatie geleidelijk aan bij op voelt komen. En toch gebeurt hier iets. Toch wordt hier iets aangeraakt. Hier wordt een appèl gedaan op jou persoonlijk. Je wordt persoonlijk aangesproken met de vraag ’waar sta jij als alles tegenzit?’ ‘Waar ben jij als de hele wereld tegen je is?’ Welke plek neem jij in als er geen plek meer is?’.
Het graaft in een dieper bewustzijn dat alles zijn plek heeft en er mag zijn. En dat besef geeft, tegen de verdrukking in, een ongelooflijk vertrouwen. Maar laat ik het niet voor jou invullen. Want elke vraag heeft recht op een volstrekt persoonlijk antwoord.

 

Ben Hoogenboom